prev

Toelagen van de overheid

Na de nieuwe taalkundig paritaire samenstelling van de wetenschappelijke commissies en van de raad van bestuur wordt in 1970 ook het budget van het NFWO taalkundig opgesplitst. Deze grafiek toont enkel de overheidstoelagen voor het Nederlandstalige deel van het NFWO. Vanaf 1971 trekt de overheid, dankzij het ‘Plan Vandepitte’ de toelage voor het NFWO op tot 4,44% van de werkingstoelagen van de universiteiten. De stijging van de inkomsten worden in de jaren 1980 afgeremd door besparingen van de opeenvolgende regeringen. De staatshervorming van 1988 hevelt een belangrijk deel van het wetenschapsbeleid over naar de gemeenschappen en gewesten waardoor het NFWO voortaan voornamelijk door Vlaanderen wordt betoelaagd. Tussen 1997 en 2001 stijgt de toelage van de federale overheid door extra giften voor onderzoeksprojecten van de Nationale Loterij, die jaarlijks een deel van haar winst aan het NFWO schenkt. Daar de toelage van de Nationale Loterij voor het FWO in 2002 gecommunautariseerd wordt en de subsidies voor het Interuniversitair Instituut voor Kernwetenschappen (IIKW) en het Fonds voor Geneeskundig Wetenschappelijk Onderzoek (FGWO) stagneren, daalt de bijdrage van de federale overheid. Met uitzondering van de korte onderbreking in 2000, een overgangsjaar tussen twee regeringen, blijft de bijdrage van de Vlaamse overheid sterk stijgen. Niet alleen is de basistoelage van de Vlaamse overheid tussen 2002 en 2007 met bijna 37% toegenomen. Het FWO krijgt bovendien bijkomende financiële middelen in het kader van ‘Big Science’, voor de deelname van Vlaamse onderzoekers aan grote internationale onderzoeksfaciliteiten, en Odysseus-programma, waarmee men toponderzoekers (terug) naar Vlaanderen wil halen.